Nederland heeft geen bergen? In Drenthe denken ze daar anders over. Op een voormalige afvalstortplaats in Wijster heeft de noordelijke provincie een recreatiegebied gemaakt, met veel ruimte voor fietsers.
Sinds het najaar van 2018 is de 'Col du VAM' geopend voor wielrenners, die op verschillende geasfalteerde routes hun klimmersbenen kunnen testen. De 'berg' is 63 meter hoog, kent een aantal zeer steile wegen en wekte daarmee al snel de interesse van het profwielrennen.
In 2020, 2021 én 2022 was de VAM-berg de gastheer van de NK op de weg. De opeenvolging van korte, maar wel zeer lastige klimmetjes zorgde steevast voor een zware koers. En dat viel ook de Europese wielerbond UEC op.
De EK wielrennen zijn daardoor deze week voor de vierde keer in de geschiedenis in Nederland. Na Valkenburg en Heerlen (2006), Goes (2012) en Alkmaar (2019) is het nu de beurt aan Drenthe. Dit weekend is het hoogtepunt van de kampioenschappen, met de wegritten voor de profs.
De vrouwen strijden zaterdagmiddag om de Europese kampioenstrui. De start van de 129,6 kilometer lange wegrit is in Meppel en de finish is op de VAM-berg. Het zwaartepunt van het parcours ligt op de lokale omloop van 13,7 kilometer, die vijf keer wordt afgelegd.
Dat betekent dat de rensters ook vijf keer moeten klimmen. De 'Col du VAM' is eigenlijk een drietrapsraket. De heuvel begint met een stukje van 500 meter met een gemiddeld stijgingspercentage van 6. Na een korte afdaling wordt het nog even heel steil richting de finish (200 meter à 12 procent). En tot slot is er een strook van 300 meter met een gemiddelde stijging van 7,8 procent.
Dat laatste klimmetje is het 'Dak van Drenthe' gedoopt, omdat de top (op 63 meter boven NAP) het hoogste punt van de provincie is. Dit heuveltje bestond nog niet bij de NK's; de nieuwste hindernis op de VAM-berg is net op tijd geasfalteerd voor de EK. De koers zal daardoor nog wat zwaarder worden.
De mannen gaan zondag in hun wegrit zes keer over de 'Col du VAM'. Zij hebben door een start in Assen een wat langere aanloop naar het lokale circuit en moeten in totaal 199,8 kilometer fietsen.
Traditiegetrouw start Nederland bij de vrouwen met een zeer sterke ploeg. Demi Vollering en Lorena Wiebes zijn de kopvrouwen. Zij worden ondersteund door Loes Adegeest, Mischa Bredewold, Yara Kastelijn, Floortje Mackaij, Riejanne Markus en Shirin van Anrooij.
De 26-jarige Vollering pakte vorige maand in Glasgow zilver bij de WK-wegrit en zal via een aanval willen winnen. Met de twee jaar jongere Wiebes heeft bondscoach Loes Gunnewijk ook de beschikking over de beste sprintster ter wereld. De titelverdedigster heeft dit seizoen bewezen dat ze steeds beter over heuveltjes komt.
Bij de mannen is Mathieu van der Poel de grote afwezige in Drenthe. De wereldkampioen kiest zondag voor de olympische testwedstrijd op de mountainbike in Parijs. Zonder de beste eendagsrenner van dit seizoen is Olav Kooij de kopman van de Nederlandse mannenploeg bij de EK. De 21-jarige sprinter boekte dit jaar al elf zeges, maar het is de vraag of hij zes keer de VAM-berg kan overleven.
Marijn van den Berg was het andere speerpunt van bondscoach Koos Moerenhout, maar de snelle man van EF Education-EasyPost heeft zich afgemeld met een zitvlakblessure. Zijn beoogde vervanger was Ide Schelling, maar die bleek ook niet fit. Daardoor mag Cees Bol zondag starten. De andere namen zijn Nils Eekhoff, Sjoerd Bax, Bauke Mollema, Mike Teunissen, Elmar Reinders en Daan Hoole.
Lotte Kopecky kan haar droomseizoen zaterdag nog wat mooier maken. De 27-jarige Belgische kroonde zich vorige maand in Glasgow op dominante wijze tot wereldkampioen op een parcours dat veel gelijkenissen vertoont met de omloop op en rond de VAM-berg. Kopecky is daarom de topfavoriet in Drenthe.
Wiebes en Vollering horen bij de belangrijkste uitdagers van hun ploeggenoot bij SD Worx. Dat geldt ook voor de Italiaanse Elisa Balsamo, de wereldkampioen van 2021 die een zeer sterke sprint heeft. De Duitse Liane Lippert, de Poolse Katarzyna Niewiadoma en Europees kampioen tijdrijden Marlen Reusser zullen ook dromen van goud.
Bij de mannen komt de topfavoriet eveneens uit België. Wout van Aert heeft al zeven keer zilver of brons bij internationale wegkampioenschappen achter zijn naam staan en wil nu voor het eerst een kampioenstrui veroveren. Met toptalent Arnaud De Lie hebben de Belgen ook nog een topsprinter achter de hand.
De startlijst van de EK is duidelijk minder sterk dan die van de WK. Maar met voormalig wereldkampioen Mads Pedersen (Denemarken), de Italianen Filippo Ganna (die de tijdrit woensdag oversloeg om zich te richten op de wegrit) en Matteo Trentin (de Europees kampioen van 2018) en de Franse sprinters Christophe Laporte en Arnaud Démare doen er nog genoeg snelle en sterke mannen mee.
De EK wielrennen waren vorig jaar zeer succesvol voor Nederland. Op het vlakke parcours in München won Wiebes bij de vrouwen en Fabio Jakobsen bij de mannen. Beide koersen eindigden in een massasprint. Jakobsen zal zijn titel niet verdedigen, omdat de klimmetjes in Drenthe voor hem te zwaar lijken.
De profs doen pas vanaf 2016 mee aan de EK. Bij de vrouwen ging het goud in de wegrit in zes van de vorige zeven edities naar Nederland (zie kader). Bij de mannen is Jakobsen de enige Nederlandse Europees kampioen op de weg.
De vrouwen beginnen zaterdag om 13.45 uur aan hun wegrit. De finish wordt verwacht rond 17.00 uur. De mannen starten een dag later om 12.15 uur en ook dan is de finish rond 17.00 uur.
Source: Nu.nl sport