Italië is een land vol tegenstrijdigheden. Rond Monza staan lelijke fabrieken en grauwe wooncomplexen. Maar rijd een half uur naar het noorden en daar ligt misschien wel de mooiste regio van Europa. De grote meren aan de rand van de Alpen zijn een lust voor het oog, al wordt de rust op het terras van een restaurant aan het Comomeer dan wel weer verstoord door een human beatbox-festival.
Terug naar Monza, waar de roestige tribunes je toelachen. Het circuit is historisch, maar daarom ook oud. Langs het park staat een afbrokkelende muur. De baan oogt iconisch en doet het goed op de foto's, maar is ook kwetsbaar. Dat was te merken bij een zware storm in juli, waarbij veel van de bomen die Monza zo'n eigen karakter geven tegen de vlakte gingen.
Ferrari past naadloos in dit beeld. Het automerk is een van de sterkste merken ter wereld. Alles draait op volle toeren, met populaire modellen die als dure en warme broodjes over de toonbank gaan. Het raceteam, dat is een ander verhaal. Het woord 'ploeteren' dekt de lading aardig.
Ook Scuderia Ferrari is mooi, kwetsbaar, iconisch en historisch en oud. Het voert een voortdurend gevecht om mee te kunnen in het geweld van de Engelse topteams. Zaterdag lukte het voor het passievolle eigen publiek weer even, met poleposition voor Carlos Sainz. Maar iedereen weet dat Max Verstappen en Red Bull zondag sterker zijn.
De kwetsbaarheid van Ferrari geldt vooral voor de reputatie. "Onze boordradio's worden veel vaker uitgezonden", klaagde Sainz eerder al. Ferrari heeft de schijn tegen, door eigen toedoen. Fouten worden uitvergroot en krijgen meer aandacht dan missers van concurrenten.
Aan de andere kant: Ferrari maakt ook veel fouten: Pitstops waarbij de banden niet klaarstaan, bandenkeuzes waar concurrenten om lachen en eeuwig ongemakkelijk geleuter over de boordradio.
Als dat zich jarenlang doorzet, word je als team voer voor grappen en schijtlollige plaatjes op sociale media. Geen team wordt vaker belachelijk gemaakt dan de Scuderia. Er is ook geen renstal die vaker belachelijke dingen doet dan Ferrari. Die reputatie is misschien al onherstelbaar beschadigd. Er zitten een paar grote gaten in, net als in de muur om Monza.
Het ontbreken van successen werkt op twee manieren door. Met een snelle auto komt het minder aan op die ene pitstop of de juiste strategie. Het is een van de redenen waarom alles bij Max Verstappen en Red Bull zo goed verloopt: de snelheid is er, dan komt de rest vanzelf. De tweede manier waarop het doorwerkt: er is geen compensatie. Ook in de gouden Ferrari-jaren met Michael Schumacher ging het soms mis, maar niemand lacht om een team dat de zeges aaneen rijgt.
Maar die snelle auto is er niet. Dat uitgerekend Monza een Ferrari's beste weekenden is, vertelt veel van het verhaal. De Temple of Speed is een buitenbeetje. Wat een auto hier nodig heeft, is verder in het seizoen minder relevant.
Op het bochtige Zandvoort verzuchtte Charles Leclerc dat de auto eigenlijk onbestuurbaar is. Donderdag ontbrak het optimisme nog bij Sainz. De Spanjaard wist ook niet waar de zwaktes nou zitten. Iets wat Ferrari-toptechneut Enrico Cardile tegensprak.
"We weten heel goed wat is er mis is met de auto", reageerde de Italiaan. "Volgend jaar krijgen we een flink aangepaste auto. We weten wat we moeten aanpakken. We moeten het alleen nog doen."
Cardile is ook iemand die de schijn tegen heeft. Italiaanse techneuten staan er niet goed op. En als er te veel werken in de top van Ferrari, wordt er al gesproken over 'Italiaanse chaos'. Het is een hardnekkige beeldvorming die het team achtervolgt. In de topjaren met Schumacher werd Ferrari inderdaad gerund door een Fransman (Jean Todt) en een Brit (Ross Brawn).
Maar in de succesjaren van Niki Lauda zwaaiden de Italianen Luca di Montezemolo, Mauro Forghieri en natuurlijk Enzo Ferrari zelf de scepter. En gaat het onder de Fransman Fred Vasseur nou beter dan met Mattia Binotto of Maurzio Arrivabene? Nee, niet bepaald.
Bovendien laten teams als McLaren, Williams, zelfs Mercedes en ook jarenlang Red Bull zien hoe moeilijk het is om aan de top te blijven. Tegelijkertijd lukt het Ferrari ondanks grote budgetten al zestien jaar niet om kampioen te worden. Begin vorig jaar nog was de auto het snelste, en nu is het alweer podiumplaatsen schrapen geblazen. Ze doen het ook een beetje zelf.
Het is net als de grap dat Italiaanse auto's al roesten in de folder. Is het onzin? Ja. Heeft Italië dat reputatieprobleem zichzelf op de hals gehaald? Ook waar. Een paar rammelende en roestende modellen van Alfa Romeo, Fiat en Lancia in de jaren tachtig brachtend de lokale auto-industrie een haast onherstelbare klap toe.
Daar komt de kwetsbaarheid van Ferrari terug. Lachend werd na de overwinning op Le Mans dit jaar gesteld dat het endurance-team ook het Formule 1-team maar moest gaan runnen. Het kon alleen maar beter gaan.
Ironisch genoeg rijden Leclerc en Sainz op Monza met een hommage-kleurstelling aan de overwinning in de Franse klassieker. Want dat kunnen ze in Italië goed: in het zonnetje zetten wat er allemaal mooi is en goed smaakt in het land. Maar dat is oppervlakte.
Echt zorgen dat de reputatie in stand blijft, lukt minder. Gelukkig beseft polesitter Sainz dat zelf ook.. Hij wil niets weten van zenuwen voor eigen publiek, iets waaraan Ferrari vaak ten prooi valt. "Er zijn geen zenuwen. Het gaat om verantwoordelijkheid naar het merk en het land. Je moet daarom altijd de beste versie zijn van jezelf."
Laat ze dat in het hele team eens goed in de oren knopen.
Log in of registreer gratis op NU.nl en krijg toegang tot extra artikelen
Source: Nu.nl sport