De symboliek droop van haar tranen af, in de catacomben van het Wellington Regional Stadium. Lieke Martens, de grote ster van Oranje, brak toen ze na de uitschakeling tegen Spanje (1-2) zei dat ze op dit WK eindelijk weer in haar kracht heeft kunnen voetballen en het plezier in het voetbal heeft hervonden.
Net als vorig jaar op het EK in Engeland strandde Oranje vrijdag in de kwartfinales van een groot toernooi. Maar het gevoel in en rondom de ploeg was in Wellington totaal anders dan een jaar eerder in Rotherham.
Na de uitschakeling op het EK overheersten het chagrijn, de irritaties en het gekonkel. Vrijdag klonken in Nieuw-Zeeland vooral optimistische woorden. Speelsters, en met name de routiniers, zeiden met trots en opgeheven hoofd naar Nederland te zullen vliegen.
Eén man kreeg dat binnen een jaar voor elkaar: bondscoach Jonker. Met zijn positieve, directe en veeleisende aanpak keerde hij het sentiment bij Oranje. Hij bleek zo de juiste man op de juiste plaats na de wollige Mark Parsons. Maar het was allemaal te weinig om op het WK voor de prijzen te kunnen spelen.
Jonker wilde de nachtkijkers in Nederland tijdens het WK inspireren met aanvallend voetbal, maar dat lukte slechts met vlagen. In de kwartfinale was het verschil met Spanje vooral in de eerste helft schrikbarend groot. Een angstig Nederland werd van het kastje naar de muur gespeeld.
Oranje had met het grootste geluk van de wereld van Spanje kunnen winnen, maar de aanvallende onmacht brak Nederland opnieuw op. In de voorgaande duels kon Oranje dat nog compenseren met meedogenloze afronding.
Jonker zei keer op keer dat zijn ploeg ieder land kon verslaan met aanvallend voetbal. Hij liet zijn speelsters geloven dat ze wereldkampioen konden worden, maar het kwam er in Australië en Nieuw-Zeeland gewoonweg te weinig uit.
Jeroen van Barneveld schrijft voor NU.nl over onder meer vrouwenvoetbal.
Oranje verraste titelverdediger VS, maar alleen tegen Portugal (1-0) en het zwakke Vietnam (7-0) schoot Nederland vaker op doel dan de tegenstander. Zelfs in de achtste finale tegen Zuid-Afrika, de nummer 54 van de wereld, moest Nederland het qua doelpogingen afleggen. Keeper Daphne van Domselaar voorkwam toen een gênante uitschakeling.
Het is te makkelijk om de aanvallende onmacht op de afwezigheid van de geblesseerde Vivianne Miedema af te schuiven. De spits werd natuurlijk gemist op het WK. Een van de kansen van Lineth Beerensteyn in het duel met Spanje had de topscorer aller tijden van Oranje waarschijnlijk wel afgemaakt.
Maar het probleem lag niet zozeer bij Beerensteyn, die met haar snelheid haar eigen kansen afdwingt. Het beoogde aanvalsspel met de opkomende vleugelverdedigers kwam in de topwedstrijden tegen de VS en Spanje te weinig tot wasdom.
Na een grondige analyse van Oranje kwam Jonker vorig jaar met een nieuw 3-5-2-systeem op de proppen. Een opstelling met drie centrumverdedigers gaf de kwetsbare Oranjedefensie meer houvast dan het traditionele 4-3-3-systeem, was zijn overtuiging. Ook zou Martens als schaduwspits meer in haar kracht komen.
Met de technisch verfijnde Esmee Brugts en Victoria Pelova aan de zijkanten smeedde Jonker een nieuw wapen van Oranje. Het was een goede zet: in de oefeninterland tegen verliezend EK-finalist Duitsland was Oranje de hele wedstrijd de betere partij.
Maar toen Oranje werd weggeblazen door Spanje en sterspeelsters Martens en Jill Roord onzichtbaar waren, weigerde hij het systeem in de rust overboord te gooien. Het lag volgens hem aan een gebrek aan lef en durf.
Een kwartier na de pauze schakelde hij toch wél terug naar 4-3-3. En toen kreeg Oranje niet geheel toevallig wat meer controle over de wedstrijd. De vraag rest of Nederland ook was uitgeschakeld als Jonker niet eerder had ingegrepen. Volgens Martens was de toon voor de hele wedstrijd in de eerste helft gezet.
Een halve finale was niettemin teveel van het goede geweest voor dit Oranje, hoe bewonderenswaardig de vechtlust van de ploeg ook was, met de afzwaaiende Stefanie van der Gragt voorop.
De kwartfinale tegen Spanje toonde aan dat Nederland nog steeds op achterstand staat bij de landen uit de absolute wereldtop, ook al zijn Jonker en aanvoerder Sherida Spitse ervan overtuigd dat dit niet zo is.
Het winnende doelpunt van Salma Paralluelo in de verlenging was daar het beste bewijs van. Paralluelo scoorde nadat ze handig langs de angstig verdedigende Aniek Nouwen was geslalomd. Het waren allebei twee invallers, maar twee van een totaal ander niveau.
Daar zit het grootste probleem voor Jonker. Alleen keeper Van Domselaar (23), Brugts (20) en Pelova (24) zijn erin geslaagd de aansluiting met de Europees kampioenen van 2017 te vinden, terwijl het vrouwenvoetbal zich de afgelopen jaren stormachtig heeft ontwikkeld.
Jonker gaf hoog op van Damaris Egurrola (23), maar als vervanger van de geschorste Daniëlle van de Donk was de middenvelder de grootste dissonant in het duel met haar vaderland Spanje. Bij Engeland, Frankrijk en Spanje is de bron met goede speelsters wel onuitputtelijk.
Dat kan Oranje de komende jaren nog verder opbreken. Van der Gragt is gestopt, Spitse (33), Van de Donk (32), Martens (30) zitten in de herfst van hun carrière. "Er zullen nieuwe talenten moeten opstaan", zei Jonker niet voor niets nog een keer na de uitschakeling.
Het zal een groot vraagstuk worden bij de KNVB. Bij de bond valt sowieso genoeg te evalueren na dit WK. Na de geheimzinnigheid rond de jongenswedstrijd en de oefenwedstrijd tegen Zuid-Korea, de hakarel en het fiasco met de velden in Escharen, Sydney en Tauranga heeft Jonker nog genoeg te repareren in het Oranjehuis.
Bondscoach Andries Jonker heeft nog een contract tot en met het EK van 2025 bij de KNVB. Directeur topvoetbal Nigel de Jong zei woensdag erg blij met het functioneren van Jonker te zijn. "Andries doet heel goed werk voor het Nederlands elftal, de KNVB en de meiden", zei de oud-topvoetballer voor de uitschakeling. "Je ziet dat er een goede klik is, ook in combinatie met de technische staf."
Source: Nu.nl sport