Home

Redactieblog #2: Fietstags, AI-foto's, Terminator printen en een E3-afscheid

Het is alweer enige tijd terug dat we ons eerste redactieblog online zetten; het is dus hoog tijd voor een nieuwe editie. In deze editie delen redacteuren Tijs, Jeroen, Jurian en Willem met je wat hen bezighoudt op dit moment.

Tijs Hofmans

Tilburg heeft iets nieuws: de Bikey. Dat is een sleutelhanger die registreert waar en wanneer je je fiets in de stad neerzet en hoewel dat een leuke woordspeling is, trigger ik hard op zulke onnodige snufjes. Dat leidde tot een onnodig ingewikkelde zoektocht naar een onnodig product.

De stad Tilburg, waar ik woon, heeft al jaren een paar geweldige, openbare fietsenkelders in en rondom het centrum. Die werkten altijd met een simpel bonnetjessysteem; bij binnenkomst stond er een werknemer die een bonnetje met een code aan je stuur niette en je nog zo'n zelfde bonnetje mee gaf. Als je na een middagje shoppen of een avond stappen je fiets weer wilde, werden die cijfers op de twee bonnetjes gecontroleerd en kreeg je je fiets weer mee. Dat was een prima systeem!

Maar ineens is dat niet meer zo. De bonnetjes zijn verdwenen. Kom je nu een fietsenkelder binnen, dan krijg je een plastic kaartje met een QR-code aan een sleutelhanger. Het is gratis, dat wel, maar dit is de nieuwe Bikey, de vervanger van het bonnetje.

Het eerste dat ik me dan afvraag is: waarom? Daarna vraag je je af hoe het dan zit met je privacy. Het papieren bonnetje gooi je immers weg, maar zo'n Bikey heeft vermoedelijk een unieke identifier. Dat levert weer allerlei nieuwe vragen op. Wordt er bijgehouden wanneer ik mijn fiets stal? Hoe lang dan? Bij wie? Wat gebeurt er met die gegevens? Dat zijn vragen die ook nog eens naast de praktische bezwaren bestaan. De Bikey registreert alleen maar dát ik een fiets in de kelder heb staan, maar niet of die van mij is. Kost de Bikey me over pak hem beet een jaar geld, als ik een nieuwe nodig heb?

De algemene informatie op de website van de gemeente helpt me niet verder. Die vergelijkt de Bikey met de OV-chipkaart die je nodig hebt om je fiets bij een station te stallen. Maar wacht even, als je daar je fiets stalt, wordt dat met naam en toenaam geregistreerd en anderhalf jaar lang bewaard én die gegevens worden aan 'derden' verstrekt. Is dat met de Bikey ook? Volgens de gemeente Tilburg niet, want: "Aan een Bikey zijn geen persoonsgegevens gekoppeld."

Dat staat ook in de algemene voorwaarden van de fietsenstalling. Daar gaat het nergens over de privacyaspecten van de Bikey, behalve de herhaling dat er geen persoonsgegevens worden gekoppeld. Wat we verder wel weten: de gemeente gebruikt de gegevens van de Bikey 'om inzicht te krijgen in de bezetting van de stallingen', er is cameratoezicht in de stallingen en bij verlies van een Bikey moet je een geldig identificatiebewijs tonen. We weten ook veel dingen niet: heeft de Bikey een uniek volgnummer, wordt er aan dat volgnummer gekoppeld hoe laat en op welke datum een fiets wordt gestald, hoe lang wordt dat volgnummer bewaard, wie heeft er toegang toe? Zolang die informatie onbekend is, ga ik er vanuit dat de Bikey op zijn best pseudoniem in het gebruik is, in plaats van anoniem.

Het waarom ontgaat me ook nog steeds. In een nieuwsartikel op de website noemt de gemeente 'inzicht in de bezetting van onze stallingen', 'dienstverlening verbeteren' en duurzaamheid als reden. Ik heb dan ook nog veel vragen, maar de overkoepelende vraag is er een die ik altijd heb bij dit soort oplossingen op zoek naar een probleem. Waarom moest het goed werkende bonnetjessysteem worden vervangen door een digitaal systeem? Ik vraag me in zulke gevallen altijd af of erover is nagedacht. Meestal krijg je die antwoorden na wat zoeken in privacystatements, maar bij de Bikey is dat niet het geval.

Ook de functionaris gegevensbescherming helpt me niet verder. Die is kort in zijn of haar antwoord: “Er is geen dpia uitgevoerd omdat ten behoeve van de Bikey geen persoonsgegevens worden verwerkt.” Daar zitten we dan. Het technosolutionism in optima forma, zonder na te denken over de potentiële impact, een prima systeem vervangen door een technologische black box, en een antwoord is er niet. Ik stal mijn fiets voortaan weer lekker op de stoep.

Jeroen Horlings

Is de fotowereld definitief veranderd door de intrede van AI? Het lijkt er wel op. De afgelopen jaren verdween de scheidslijn tussen echt en nep al toen apps en software als Adobe Photoshop iedereen in staat stelde om onderdelen weg te halen of toe te voegen aan foto’s, en toen smartphones kunstmatige scherptediepte gingen toevoegen op basis van een softwarematig blurfilter. Het lijkt nu de normaalste zaak van de wereld om met een vingerveeg mensen of objecten uit je foto’s te verwijderen of achteraf nog wat make-up toe te voegen of je haar digitaal te kammen. Met AI kun je ook uit het niets realistisch ogende foto’s maken van een gebeurtenis die nooit heeft plaatsgevonden, enkel alleen met een regeltje tekst.

Al snel raakte ik ook met het AI-virus besmet; als enthousiaste hobbyfotograaf was het interessant om te zien hoe ‘echt’ de resultaten waren. Na Dall-E, Stable Diffusion en Adobe Firefly kwam ik uiteindelijk uit bij Midjourney; deze lijkt momenteel de meest realistische fotobeelden te kunnen produceren. De software ‘kent’ namelijk niet alleen de uiteenlopendste fotosituaties, maar ook camera’s, lenzen en belichtingstechniek, zoals sluitertijden, diafragma’s en lichtomstandigheden. Je kunt daardoor achter je computerscherm vrijwel alle foto’s maken die je in gedachten hebt, zowel van plekken waar je wel en niet geweest bent. Zoals iedereen begon ik met diverse experimenten om te kijken wat wel en niet lukt. Want er zijn zeker nog beperkingen: een zeemeermin met staart in plaats van benen is mij nog niet gelukt en het is ook niet optimaal mogelijk om beelden van jezelf te genereren. In tegenstelling tot Stable Diffusion kun je de AI niet voeden met beelden van jezelf of iemand anders; alleen een enkele foto kan als referentie worden gebruikt, maar dat is vaak niet voldoende. Faceswaps zijn een alternatief, maar niet ideaal. Bekende personen zitten wel standaard in de dataset van Midjourney, dankzij een overvloed aan stockfoto’s waarop hij getraind is.

Na een reeks indrukwekkende landschappen, macro’s en wilde dieren wilde ik proberen of het mogelijk was een virtuele fotoshoot te doen met twee verschillende modellen op dezelfde locaties. Eerst heb ik de modellen ‘gemaakt’ in een virtuele fotosessie; ik koos voor een blonde jonge vrouw en een oudere donkere man. Vervolgens gebruikte ik een referentiefoto in de opdrachtprompt en plaatste ik beide modellen steeds in een vergelijkbare setting: aan het strand, in een disco, tijdens een modeshow, in een kerk, bij een uitkijkpunt, enzovoorts. Hieronder zie je een zestal voorbeelden van deze virtuele shoot.

Er zijn kleine afwijkingen, maar ik vind het resultaat toch verbluffend goed. Hoewel het lastig is om de achtergronden consistent te houden, zijn ze wel herkenbaar. Het uiterlijk van de modellen is gebaseerd op een vaste referentiefoto die eveneens door de AI gegenereerd is. Ook hier is telkens wat variatie te zien, waardoor de virtuele modellen niet op iedere foto exact hetzelfde uiterlijk hebben, maar er zijn voldoende gelijkenissen.

Dit alles roept wel weer opnieuw de vraag op wanneer een bewerkte foto nog een foto is, zoals recent besproken in het artikel over Adobe’s Generative Fill in Photoshop. Wat scherpte en contrast toevoegen, is iets anders dan een object of onwelgevallige rimpel wegwerken, laat staan iets dat er niet was, kunstmatig toevoegen. Dat roept de vraag op hoe AI fotografie de komende jaren gaat veranderen.

Jurian Ubachs

Het doet toch wel een beetje pijn. Terwijl collega’s gewoon weer naar de Consumer Electronics Show of Computex kunnen, stond er voor mij dit jaar geen E3-week op de planning. Heel raar is dat op zich niet meer: de laatste Electronic Entertainment Expo die in zijn normale vorm doorging, dateert alweer uit 2019. Daarna gooide covid-19 roet in het eten. Dit jaar zou ‘s werelds belangrijkste gamebeurs echter een comeback maken. Organisator Electronic Software Association ging zelfs samenwerken met ReedPop, dat onder meer Star Wars Celebration, PAX en New York Comic Con organiseert. Niets leek een glorieuze comeback in de weg te kunnen staan... behalve dan een gebrek aan interesse vanuit de grote uitgevers. In de hoogtijdagen van de E3 waren de booths van partijen als Nintendo, PlayStation, Xbox, Ubisoft, Activision en Electronic Arts gezichtsbepalend. De ene uitgever pakte nog megalomaner uit dan de ander. Dat zorgde voor spektakel, en veel herrie, op de beursvloer en, belangrijker voor de ESA, het zorgde ervoor dat er voldoende geld in het laatje kwam. De grote gamepartijen betaalden kapitalen om aanwezig te kunnen zijn op de vloer en om de nodige vergaderruimtes elders in het gebouw te mogen gebruiken. Het feit dat al die partijen tezamen te vinden waren in één beurscomplex, maakte het voor het wereldwijde journaille een no-brainer om bij aanwezig te willen zijn, wat het voor de betalende partijen een nuttige investering maakte.

De eerste scheurtjes in het succes werden in 2007 zichtbaar. De klachten: de show was te duur, te druk en niet efficiënt genoeg voor de zakelijke doelen die gamemakers hadden. Er was een wildgroei van allerlei gamesites die zich zonder problemen konden aanmelden voor de E3 en dat maakte de beurs onwerkbaar. De oplossing: de E3 werd flink afgeslankt. In 2007 en 2008 mochten journalisten alleen komen als ze door grote game-uitgevers op een bepaalde ‘uitnodigingenlijst’ werden gezet. De flashy beursvloer maakte plaats voor vergader- en hotelkamers in een ander deel van Los Angeles. Het gevolg: de E Source: Tweakers.net

Previous

Next