Home

NU+ Russen verdelen sportwereld: 'Ze zijn goud waard voor pr-machine Poetin'

De Oekraïense tennissters Marta Kostyuk en Lesia Tsurenko luisterden vorige week stomverbaasd naar een speech van Thomas Bach. De voorzitter van het internationaal olympisch comité (IOC) stelde bij een congres in Lausanne dat deelname van Russen en Belarussen aan sporttoernooien soepel verloopt. Tennis, zo zei Bach, was daar het ultieme voorbeeld van.

Slechts twee weken voor het congres had Tsurenko zich vanwege een paniekaanval afgemeld voor haar duel met de Belarussische Aryna Sabalenka op Indian Wells. Ook Kostyuk haalde meerdere keren het nieuws. Niet vanwege haar prestaties, maar omdat ze weigerde de hand van haar tegenstandster uit Rusland of Belarus te schudden. "We hebben een jaar lang geprobeerd om Russen en Belarussen te verbannen. Helaas staan we machteloos", zei Kostyuk bij de BBC.

Zo rooskleurig is het door Bach geschetste plaatje dus niet. Tennis is eerder een uitzondering. In een aantal andere mondiale sporten, zoals atletiek, schaatsen en zwemmen, zijn Russen en Belarussen helemaal niet welkom. Tennisbonden ATP (mannen) en WTA (vrouwen) willen dat voorbeeld niet volgen. Ze vinden, net als het IOC, dat een individu niet gestraft kan worden voor de daden van een land.

Dat standpunt wordt ook gedeeld door sportkoepel NOC*NSF. Aan de andere kant heb je de redenering van de Oekraïense sporters. Hun landgenoten sneuvelen in een oorlog waar ze geen deel van willen uitmaken. Ondertussen moeten ze het op sporttoernooien opnemen tegen atleten uit de landen die voor de oorlog verantwoordelijk zijn. En dan is er nog het politieke argument.

"Als Russen mogen meedoen aan internationale sporttoernooien, dan is dat voor de propaganda goud waard", zegt Hans van Koningsbrugge, hoogleraar geschiedenis en politiek van Rusland aan de Rijksuniversiteit Groningen. "Voor de bevolking is dat namelijk hét bewijs dat het land helemaal niet geïsoleerd is. Rusland telt nog mee, wat het Westen ook roept."

Bach blijft herhalen dat sport en politiek gescheiden moeten blijven, maar het tegendeel is waar. Zeker als het over Rusland gaat. Het begint al bij president Vladimir Poetin, een begenadigd judoka én groot liefhebber van ijshockey. Hij laat geen kans voorbijgaan om zichzelf als een sportieve president neer te zetten. Foto's van een sportende Poetin - vaak met ontbloot bovenlijf om zijn gespierde lichaam te tonen - zijn op internet niet zo moeilijk te vinden.

Ook in het verleden gebruikte Rusland sport voor politieke doeleinden. Neem de Olympische Winterspelen van 2014 in Sotsji, waar Rusland een grootschalig dopingnetwerk gebruikte om een karrenvracht aan medailles binnen te slepen. En waar beginnend koning Willem-Alexander voor het oog van de camera's zijn beruchte biertje met Poetin dronk.

"Sport is heel belangrijk voor de pr-machine van Rusland", zegt Niels Drost, onderzoeker bij Instituut Clingendael. "Het is een manier om de grootsheid van het land te laten zien. Dat kan door goed te presteren op internationale toernooien of ze zelf te organiseren, zoals de Spelen of het WK voetbal in 2018. Rusland wil zich voor de buitenwereld op de kaart zetten en intern laten zien waar het toe in staat is."

Russen en Belarussen uitsluiten op sportevenementen klinkt dan ook als een logische zet om de veroorzaker van de oorlog pijn te doen, maar zo simpel is het niet. Poetin kan zo'n besluit ook gebruiken als propaganda vóór de invasie in Oekraïne. "Het is absoluut kiezen tussen twee kwaden", zegt Van Koningsbrugge.

Drost: "Het versterkt het verhaal dat Poetin al vertelt aan zijn bevolking. Namelijk: de hele wereld is tegen ons en het Westen wil ons alleen maar uitsluiten. Dus als je ze laat meedoen, lijkt het alsof er niks aan de hand is in de wereld. En als je ze weert, worden mensen meegezogen in het verhaal van Poetin."

Vooral het gebrek aan eenheid in de sportwereld valt op. De bonden volgen niet dezelfde lijn, sporters hebben een eigen mening en ook regeringen mengen zich in de kwestie. Zo kon het gebeuren dat tennissers uit Rusland en Belarus vorig jaar niet mochten meedoen aan Wimbledon en andere grastoernooien in Engeland. Dat besluit, genomen onder de druk van de Britse regering, stond haaks op het beleid van de ATP en WTA.

Uitgerekend op de dag dat het besluit van Wimbledon vorig jaar naar buiten kwam, kondigde het grastoernooi in Rosmalen wél de komst van de Russische wereldtopper Daniil Medvedev aan. "Het leek daardoor een beetje alsof de Russen nergens welkom waren, behalve bij ons. Maar ze mochten juist overal meedoen", zegt toernooidirecteur Marcel Hunze een jaar later tegen NU.nl.

Hunze houdt zijn persoonlijke mening over de kwestie voor zich. "Die is ook totaal niet relevant. Het uitsluiten van Russen en Belarussen is voor ons nooit een optie geweest. Wij hebben als individueel toernooi geen enkele mogelijkheid om af te wijken van de regels van de ATP en WTA. Als je je niet aan de regels houdt, kun je je licentie kwijtraken."

Niet alleen in het tennis zorgt het vraagstuk voor controverse. Zo besloot boksster Megan de Cler ondanks een Nederlandse boycot mee te doen aan de WK in India en werd ze uit de ploeg gezet. Daarnaast schreven zo'n driehonderd schermers een boze brief aan het IOC, omdat de internationale schermbond Russen en Belarussen gewoon onder de eigen vlag in actie laat komen.

In tegenstelling tot vorig jaar mogen tennissers uit Rusland en Belarus dit jaar wél aan Wimbledon meedoen. De All England Lawn Tennis Club (AELTC) zegt dat de Russen en Belarussen wel aan bepaalde voorwaarden moeten voldoen. Zo moeten ze onder de neutrale vlag spelen. Tennissers die de oorlog in Oekraïne steunen of door de Russische of Belarussische overheid worden gefinancierd, worden geweerd.

Verdeeldheid in de sport is zo oud als de weg naar Rome. De huidige situatie doet denken aan de Olympische Spelen in 1980. Vanwege de inval van de toenmalige Sovjet-Unie in Afghanistan besloten tientallen landen de Spelen in Moskou te boycotten. Een aantal landen, waaronder Nederland, ging wél in de meeste sporten. Zo bleef een krachtig statement uit en kwam de Sovjet-Unie in sportief opzicht als grote winnaar uit de bus. "Nu zie je eigenlijk weer dat er geen eenduidig beleid is. Dat maakt deze hele kwestie een heel moeilijk verhaal", zegt Van Koningsbrugge.

Ook op het politieke wereldtoneel is er verdeeldheid. De sancties die Rusland als aanstichter van de oorlog in Oekraïne kreeg opgelegd, komen voornamelijk van westerse landen. In andere continenten wordt anders naar de oorlog in Oekraïne gekeken. Grootmachten als India en China drijven nog volop handel met Rusland. Dat maakt een eensgezinde mening over een boycot behoorlijk lastig, zo niet onmogelijk.

Dat blijkt, want het IOC durft nog altijd geen besluit te nemen over deelname van Russen en Belarussen aan de Olympische Spelen van 2024 in Parijs. Een volledige uitsluiting ligt in ieder geval niet voor de hand. Het IOC adviseert sportbonden juist om individuele sporters uit die landen onder de neutrale vlag weer toe te laten. Ondertussen verbiedt de Oekraïense regering haar atleten om mee te doen aan olympische kwalificatiewedstrijden als ze een Rus of Belarus treffen.

Zo is het vraagstuk inmiddels uitgegroeid tot een hoofdpijndossier van ongekende proporties. Maar zelfs als Russen en Belarussen alleen onder neutrale vlag welkom zijn in Parijs, is dat een klap in het gezicht van Poetin. "Voor Rusland is dat onacceptabel", zegt Drost. "De nationale vlag is de trots van het land. Aan elk besluit zitten twee kanten. Maar als atleten helemaal niet mogen meedoen, geef je internationaal natuurlijk echt een signaal af."

Het Nederlandse kabinet sprak zich in februari uit tegen deelname van Russen en Belarussen aan de Olympische Spelen van 2024 in Parijs. De regering gaf daarmee gehoor aan een motie van de Tweede Kamer. "Ik ben eerste die zegt dat sport en politiek ver van elkaar gescheiden moeten blijven, maar er zijn momenten dat je niet kan zwijgen. Dit is zo'n moment", zei premier Mark Rutte.

Log in of registreer gratis op NU.nl en krijg toegang tot extra artikelen

Source: Nu.nl sport

Previous

Next