Home

NU+ Vis, brood en voetbal: welkom in het dorp van bekersensatie Spakenburg

Wat betekent voetbal voor een Spakenburger? Tijmen Beekhuis, supporter, oud-speler en voormalig secretaris van SV Spakenburg, hoeft niet lang na te denken aan de keukentafel. "Voetbal is een tweede way of life voor heel veel mensen", zegt hij onder het genot van een Spakenburgs hart, een traditionele koek uit het dorp.

"Je gezin en gezondheid zijn natuurlijk het belangrijkste, maar sommigen vinden voetbal al belangrijker dan hun werk." Treffend: zijn vrouw Carolyn zegt gedag omdat ze bij een wedstrijd van haar zoon Jauke in Genemuiden gaat kijken. Hij keept voor VV Eemdijk, de derde club van het dorp. In het gezin-Beekhuis, met twee voetballende zonen, gaat bijna geen zaterdag zonder voetbal voorbij.

Het dorp Spakenburg ademt voetbal. Wie na de afslag Bunschoten-Spakenburg op de A1 de hoofdweg door het dorp afrijdt, ziet een imposant amateurcomplex met twee clubs opdoemen. Links van Sportpark De Westmaat ligt IJsselmeervogels, in de volksmond 'De Rooien' genoemd. Rechts spelen de 'De Blauwen': SV Spakenburg.

De onderlinge rivaliteit is groot. Een elektriciteitshuisje op de clubgrens is rood en blauw gekleurd. De twee clubs horen al decennialang tot de top van het amateurvoetbal. Jaarlijks spelen ze tegen elkaar in de Tweede Divisie. De Spakenburgse derby trekt steevast achtduizend toeschouwers, onder wie veel toeristen, en wordt gezien als de grootste amateurderby ter wereld.

Hoe kan het dat een dorp met slechts 22.000 inwoners twee van zulke grote amateurclubs voortbrengt, met een talrijk aantal titels en twee historische bekeravonturen op de erelijst? Het antwoord ligt in Museum Spakenburg, in de klassieke haven van het dorpscentrum, waar de handelsgeest al eeuwenlang rondwaart.

Museumdirecteur Arie ter Beek leidt op een dag in maart rond door de schatkist van het dorp. De collectie met meer dan zevenduizend stukken illustreert de geschiedenis van Bunschoten-Spakenburg. Poppen in klederdracht, schilderijen van eeuwenoude botters op zee en machines voor de visverwerking komen voorbij.

Vissers uit Bunschoten stichtten in de middeleeuwen aan de kust van de Zuiderzee het dorp Spakenburg zodat ze gelijk op zee waren. Toen ze meer vis vingen dan voor de lokale bevolking nodig was, gingen ze met een mandje op de rug het land door, tot Arnhem, Nijmegen en Tiel aan toe.

Zo ontstond een handel die eeuwenlang zou voortduren. "Je kon alleen in de visserij terecht, er was niet veel anders", zegt Ter Beek. "Zelfs bij storm, regen en kou gingen ze de zee op. Ze moesten wel, anders hadden ze niks."

Toen de visserij door de afsluiting van de Zuiderzee op zijn retour liep, gingen Spakenburgers over op de verwerking van vis en kwamen brood, koek en natte cake nadrukkelijker in beeld. Arbeiders maakten lange dagen in de fabrieken.

Spakenburg raakte ondertussen in de ban van voetbal. Vishandelaren richtten in 1932 NAS (Na Arbeid Sport) op, de voorloper van IJsselmeervogels. Een jaar daarvoor zag SV Spakenburg het levenslicht onder de naam Stormvogels. 'De Blauwen' werden vooral de club van de boeren en de klerken, en IJsselmeervogels van de vissers.

Voetbal gaf afleiding bij het zware leven. Ter Beek: "Het was 's ochtends hard werken in de fabriek en 's avonds achter de bal aan." De werkersmentaliteit namen de spelers mee naar het veld. Als er wat moest gebeuren, werden de mouwen opgestroopt.

Er geldt alleen één voorwaarde in het protestantse Bunschoten-Spakenburg, een van de meest religieuze gemeenten van Nederland: spelen op zondag is verboden. In de statuten van SV Spakenburg en IJsselmeervogels staat duidelijk vermeld dat de clubs niet aan zondagvoetbal doen.

De twee grootste voetballers ooit uit het dorp verwierven landelijke bekendheid met hun geloof. Wout Heinen moest zijn moeder op haar sterfbed in 1959 beloven dat hij nooit meer op zondag zou voetballen. En zo geschiedde voor de oud-spits van SV Spakenburg. Jaan de Graaf verkaste in 1978 van IJsselmeervogels naar de profs van AZ'67 op voorwaarde dat hij niet op zondag hoefde te spelen.

Ook de prestatiedrang en handelsgeest uit het dorp sloegen over op de velden op De Westmaat. SV Spakenburg en IJsselmeervogels wilden allebei de beste amateurverenigingen van Nederland worden. Een burenruzie was geboren. "We kijken voortdurend naar elkaar", erkent 'Blauwe' Beekhuis. "Het is een soort wedloop."

Toen IJsselmeervogels een nieuwe sporthal bij het hoofdveld bouwde, kwam SV Spakenburg met een nóg grotere sporthal op het eigen complex. En zo gebeurde het ook met de zittribune, de skyboxen, de lichtmasten en het metersgrote digitale scorebord.

Ook in de jacht op de beste amateurspelers willen de clubs elkaar aftroeven. Omdat die al jaren niet meer uit het dorp komen, gaan ze het hele land af. Dankzij de bijdragen van talloze sponsoren hebben ze allebei een oorlogskas van honderdduizenden euro's voor de eerste selectie.

Een typisch Spakenburgs fenomeen, vertelt Ter Beek. "Als de buurman iets nieuws heeft, dan moet-ie dat ook hebben. Het is prestige. We pronken graag. Dat gebeurde vroeger met de klederdracht. Dan kon je laten zien dat je een dure kraplap had. Ik had zelfs een buurman die de stenen op zijn erf stofzuigde."

IJsselmeervogels (1932)

SV Spakenburg (1931)

IJsselmeervogels overklaste SV Spakenburg in het dorp en werd decennialang dé amateurclub van het land. Hoogtepunt was het bekeravontuur in het seizoen 1974/1975, toen amateurs die twee keer in de week trainden ten koste van AZ'67 de halve finales van de beker haalden.

De erelijst van SV Spakenburg steekt er schril bij af, al moet IJsselmeervogels momenteel langer wachten op een titel op het hoogste amateurniveau dan de blauwe buurman (2014 om 2011). SV Spakenburg is een beetje zoals Feyenoord, zegt Beekhuis.

"Elk jaar hebben we een goede selectie en zeggen we dat we mee gaan doen om de titels, maar dat gebeurt niet. We zijn gewend om met teleurstellingen om te gaan. Als fan van SV Spakenburg moet je een heel dikke olifantenhuid hebben."

Een andere inborst dan IJsselmeervogels, dat als het 'Ajax van het amateurvoetbal' momenteel tegen degradatie uit de Tweede Divisie vecht. Beekhuis: "Zij denken dat ze het gaan redden, ook al staan ze er slecht voor."

De rivaliteit in het dorp is niet zo ruw als tussen Ajax en Feyenoord, zegt Beekhuis. De onderlinge strijd is in zijn ogen gezond, ook al verbiedt de burgemeester alcoholgebruik op de dag van de derby om rellen te voorkomen.

Beekhuis is met zijn assurantiekantoor ook lid van de sponsorgroep van IJsselmeervogels. Zijn oom is zelfs voorzitter van de 'Rooien' geweest. In verschillende Spakenburgse gezinnen is de vader voor 'Blauw' en de moeder voor 'Rood' (of andersom).

Beekhuis: "Iedere Spakenburg-supporter hoopt dat Spakenburg wint en IJsselmeervogels verliest. Andersom is dat ook zo. Maar dat wil niet zeggen dat je elkaar de hersens in moet slaan of elkaar niet mag. Je bent in ons dorp al snel collega, familie of vrienden van elkaar. Ik haat IJsselmeervogels ook niet. Het is geen haat, maar leedvermaak."

De derby spekt de kas van beide clubs met 150.000 euro. Fusieplannen steken daarom ook zelden de kop op. Begin vorig decennium was er nog het idee om de twee clubs samen te brengen op een braakliggend terrein bij de snelweg, onder de projectnaam 'San Siro aan de A1'. Het plan ging net zo snel de prullenbak in als het was verzonnen. Beekhuis: "Wij kunnen niet zonder elkaar."

Dat SV Spakenburg nu in de bekergeschiedenis op gelijke hoogte is gekomen met het IJsselmeervogels van 1975, werd volgens Beekhuis door de media groter gemaakt dan het in het dorp werkelijk was. Er waren talloze 'Rooien' aanwezig bij de historische kwartfinale tegen FC Utrecht, die SV Spakenburg vorige maand met 1-4 won.

De grootste winst: net als 48 jaar geleden staat Bunschoten-Spakenburg weer op de kaart. En dat allemaal dankzij SV Spakenburg en IJsselmeervogels, die elkaar met de arbeidersmentaliteit uit het voormalige vissersdorp naar grote hoogtes stuwen.

Log in of registreer gratis op NU.nl en krijg toegang tot extra artikelen

Source: Nu.nl sport

Previous

Next