Het is nooit goed nieuws als een technologische ontwikkeling niet in een juridisch doosje past. Dat schreef ik vorig jaar over de hyperlink, maar het geldt net zo goed voor die andere grote innovatie 'bitcoin' en de onderliggende blockchaintechnologie. Sinds haar uitvinding in 2008 is er veel mee gedaan en is crypto niet meer weg te denken uit onze samenleving, maar nog steeds weten we niet wat dit nou precies is, een bitcoin, of een blockchain.
Het betaalsysteem bitcoin is in 2008 uitgebracht als opensourcesoftware door een persoon, of misschien meerdere personen, achter het pseudoniem Satoshi Nakamoto. Bitcoin is ontworpen om geen banken en geen beheerders nodig te hebben. Terwijl traditionele geldmodellen gebaseerd zijn op een vordering op de bank, houdt bitcoin het simpeler: de bitcoins zijn geld, net zoals goudklompjes dat zijn. Er is geen centrale autoriteit die beslist over de waarde, die de waarde kan laten stijgen of dalen, of die extra geld in het systeem kan pompen. Ook de benodigde software wordt niet centraal beheerd: de onderliggende protocollen zijn openbaar en diverse opensourcesoftwarepakketten zijn beschikbaar om met de munt te werken.
Bitcoin is niet de eerste virtuele valuta. Die eer gaat waarschijnlijk naar het Nederlandse Digicash, ontwikkeld door wiskundige David Chaum in 1990. Digicash werd echter geen succes door zakelijke miskleunen en technische beperkingen. De markt was er kort gezegd niet klaar voor. Ook andere systemen, zoals bit gold van Nick Szabo, konden niet op veel belangstelling rekenen. Bitcoin wel: waarschijnlijk eerst puur uit interesse omdat het zo’n noviteit was en daarna omdat de koers maar bleef stijgen – de piek van 1000% in 2017 was een wake-up call voor velen.
Als alternatief voor elektronisch geld is bitcoin (nog) nooit echt aangeslagen. Daar zat lang een kip-en-eiprobleem bij: weinigen accepteerden het, omdat weinig mensen het wilden besteden, omdat je het zelden ergens kwijt kon. In 2013 kon je in Nederland bijvoorbeeld bij Thuisbezorgd met bitcoin afrekenen, maar dat werd nooit een populaire optie. Naast de onbekendheid bij veel consumenten zal ook de technische vertraging mee hebben gewogen: rond de 10 minuten moeten wachten op je transactie is een serieus nadeel ten opzichte van creditcards of iDEAL.
Voor grotere bedrijven zat daar nog een meer juridisch probleem bij: wat is een bitcoin eigenlijk, hoe zet je dat in de boeken en hoe zal de Belastingdienst je erop aanslaan? Ook fluctueert de koers behoorlijk, zodat het aanhouden van een kasreserve in bitcoin nogal spannend is; en als er iets is waar boekhouders niet op zitten te wachten, dan is het op spannende ontwikkelingen op de bankrekening.
Wie in de wet gaat zoeken, zal geen definitie van ‘geld’ tegenkomen. Meestal kom je als eerste uit bij de term 'wettig betaalmiddel' in de euroverordening. Deze schaft de andere geldmiddelen in de Eurozone, zoals de mark, franc en gulden, af en bepaalt dat alleen de euro een wettig betaalmiddel is. Maar om daar meteen even op door te gaan: dat betekent niet meer dan dat iemand die een openstaande geldschuld voldoet met euro’s, van die schuld af is. Het betekent bijvoorbeeld niet dat mensen euro’s moeten accepteren of dat andere munten niet geaccepteerd mogen worden.
In Nederland bepaalt de wet (art. 6:112 BW) alleen dat je een geldschuld moet voldoen met geld dat 'gangbaar' is. Dit artikel is een stuk ouder dan de euro, en was bijvoorbeeld mede bedoeld voor situaties dat Nederlanders in de grensstreek met Duitsland met marken afrekende. Ook lokale muntinitiatieven zou je hieronder kunnen rekenen. Belangrijk criterium is wel dat de staat tolereert dat er met zulk alternatief geld gewerkt wordt. In 2014 vond de rechtbank Overijssel bitcoins geen gangbaar geld, om precies deze reden: de minister van Financiën had in 2013 de Kamer nog gemeld dat bitcoin geen geld is, maar alleen een ruilmiddel.
De Wet op het financieel toezicht (Wft) kent chartaal geld, giraal geld of elektronisch geld (art. 1:1 Wft). Hoewel bitcoin is opgezet als een digitaal equivalent van contant geld, kennen bitcoins geen fysieke verschijningsvorm. En dat is nu eenmaal deel van de definitie van ‘contant’: het moet pijn doen als het op je voet valt. Daar komt bij: wie het uit wil geven, heeft een groep derden nodig, die de transactie valideren. Dat is eerder een kenmerk van giraal geld, waar een bank of andere financiële instelling voor de goedkeuring zorgt.
Dan is er nog 'elektronisch geld', gedefinieerd in de Wft als 'geldswaarde die elektronisch of magnetisch is opgeslagen die een vordering op de uitgever vertegenwoordigt, die is uitgegeven in ruil voor ontvangen geld om betalingstransacties te verrichten'. Daar gaat bitcoin meteen nat: bij deze munt is er geen uitgever. Ook is er geen sprake van uitgifte in ruil voor ontvangen (contant of giraal) geld; mensen kunnen immers bitcoins delven in plaats van ze aan te kopen bij de niet-bestaande uitgever.
Juridisch is dat dus duidelijk: bitcoins zijn geen geld. Dat het dat misschien zou moeten zijn, is iets voor de politiek. Die kwestie is onder meer in 2014 voorgelegd, maar de minister zag daar geen aanleiding toe: “Nu [aan- en verkoop van bitcoin] vooral een speculatief karakter lijken te hebben is het aandeel van de bitcoin in en eventuele invloed op de reële economie vooralsnog te verwaarlozen.”
Duitsland viel in 2013 op toen bekend werd dat het wel bitcoin als geld aanmerkte. Dat ging vooral om het fiscale aspect; ook in Duitsland is bitcoin geen wettig betaalmiddel en ook geen elektronisch geld in de zin van (de Duitse versie van) de Wft. In Nederland is de fiscus de opvatting toegedaan dat cryptovaluta bezittingen zijn die in box 3 aangegeven moeten worden. Ondernemers moeten bitcoininkomsten omrekenen naar euro’s en daarmee verder werken, wat nog een heel gedoe is met koersrisico’s. En dat is dus waarom veel ondernemingen er niet aan willen.
Goed, bitcoins zijn dan geen geld, maar een ruilmiddel. En je wordt er fiscaal op aangeslagen. Dus dan erkent de wet op zijn minst dat het iets is, een bron van inkomsten door ruilhandel. Dat is dan tevens een riskant iets: bezit van bitcoins of andere crypto is net zo risicovol als bezit van contant geld. Als het weg is, is het weg. Of je nu je private key vergeten was of de harddisk met het vuilnis hebt meegegeven, dat maakt niet uit.
Wat nu als een ander je crypto wegneemt? Dan komen we bij het strafrecht, en daar lijkt het relatief eenvoudig. Al in 2012 bepaalde de Hoge Raad dat virtuele objecten in games gestolen kunnen worden. De criteria om zulke geprogrammeerde digitale objecten 'goederen' te noemen in de zin van het strafrecht komen neer op het vertegenwoordigen van waarde en het atomair verplaatsbaar zijn ervan. Ik heb het Sword of 1000 Truths, dat kostte me flink wat geld, jij hackt mijn account en geeft het aan jouw personage, daarmee ben ik het kwijt. Dat noemen we diefstal. Dezelfde redenering is zonder twijfel van toepassing op bitcoin: wie andermans bitcoin tot de zijne maakt door criminele handelingen, is bezig met diefstal en daarmee strafbaar.
Tegelijk is dat wel buitengewoon theoretisch, want zie maar eens zo’n malwareoperator te vinden die op de achtergrond draaide en de gestolen munten door een tumbler haalt of ze geeft aan een nooit eerder gebruikte wallet die alleen in een ver buitenland ingezet wordt. Af en toe worden er money mules gepakt die ook bitcoins bij zich hebben, en het OM lijkt de afgelopen jaren steeds vaker achter tumblers aan te gaan omdat zij een cruciale rol spelen bij het wegmaken van gestolen cryptomunten.
Vanwege die ongrijpbaarheid is bitcoin populair bij criminelen; het fenomeen van ransomware had nauwelijks kunnen bestaan zonder deze digitale losgeldfaciliteit. Ja, je kunt een postbus in Panama nemen en eisen dat mensen daar cheques heen sturen, maar dat is toch verre van hetzelfde. Bitcoin heeft dan ook bij juristen en beleidsmakers lang in een slecht daglicht gestaan.
Het Silk Road-netwerk is het bekendste voorbeeld van illegale handel waarbij bitcoins werden ingezet. Silk Road was opgezet via Tor, een volledig anonieme en decentrale manier van communiceren. Anoniem en ontraceerbaar communiceren en anoniem en ontraceerbaar betalen: een mooi recept voor kwade zaken. Mensen konden op Silk Road kennisnemen van aanbod variërend van boeken en kunst tot computers, maar ook illegale zaken zoals drugs, wapens en kinderporno. Het netwerk zorgde daarbij voor een escrowdienst; het hield bitcoins van de koper in bewaring totdat de verkoper had geleverd en gaf deze daarna aan de verkoper. De beheerder werd in 2017 veroordeeld, die van de opvolger in 2019.
Nakamoto lanceerde naast bitcoin nog een innovatie, die minstens zo tot de verbeelding spreekt: de blockchain. Dit is een gedecentraliseerd alternatief voor databanken of spreadsheets, om zo mogelijk te maken dat een groep mensen zonder centrale autoriteit kan vaststellen of informatie authentiek is. Bitcoin gebruikt de blockchain om een grootboek van transacties mee te beheren, maar de technologie is veel breder inzetbaar. Iedere activiteit waarbij informatie op onweerlegbare wijze moet worden bijgehouden, en een centrale autoriteit niet wenselijk of haalbaar is, is geschikt om met een blockchain te realiseren. Te denken valt aan identiteitsdiensten, onderhandse aktes (zoals getekende contracten), overdrachten in een onoverzichtelijke transportketen of veilig elektronisch stemmen. Daarmee is de noodzaak verdwenen om op één speciale partij te moeten vertrouwen.
In Nederland wordt er in juridische kringen altijd wat bevreemd op gereageerd: waarom zou je dit willen, we hebben gewoon de notaris, het Kadaster, et cetera. En dat is natuurlijk terecht: deze instanties zijn volkomen geaccepteerd al Source: Tweakers.net