In zijn eerste weken als bondscoach waren er avonden dat hij in bed lag en dacht: waar ben ik aan begonnen? "Er kwam van alles op me af. Alles was nieuw", zegt Ritsma in gesprek met NU.nl.
Opeens zat hij hele dagen achter zijn laptop. Kwam hij om in het papierwerk. Moest hij vertrouwd raken met de online omgeving waar hij videobeelden en data van races en trainingen rechtstreeks kan delen met zijn schaatsers.
En dan begon hij ook nog met een flinke achterstand. Schaatsbond KNSB stelde hem namelijk pas een paar weken voor het begin van het seizoen aan als de nieuwe eindverantwoordelijke voor de ploegenachtervolging, massastart en teamsprint. "Tijd was direct mijn vijand."
Toch heeft Ritsma nog geen moment spijt gehad van zijn keuze om een baan als analist bij de NOS in te ruilen voor de misschien wel lastigste functie in het Nederlandse schaatsen. "Ik vind het heel leuk", zegt de 52-jarige Fries. "Niet altijd als ik weer eens op mijn computer zit te werken; dat is een noodzakelijk kwaad. Maar wel als ik op het ijs sta en kan nadenken over teamsamenstellingen en technische aanpassingen. Daar ligt ook mijn kracht."
De oogst na zijn eerste wereldbekerseizoen: zeven keer goud, zeven keer zilver en zeven keer brons. Al komt dat vooral door de massastart en het niet-olympische onderdeel teamsprint. Op de ploegenachtervolging won Nederland deze winter nog geen enkele keer. "Maar ik vind dat het heel goed gaat", stelt Ritsma. "Ik heb hoge verwachtingen voor de WK. Oók op de ploegenachtervolging."
Patrick Roest laat in een hotel in de bossen even buiten Heerenveen niet het achterste van zijn tong zien als er naar zijn mening over de ploegenachtervolging wordt gevraagd. De kopman van het Nederlandse team snapt dat er in minder dan een half jaar geen wonderen verwacht mogen worden van Ritsma. En hij wil zijn kritiek vooral bewaren voor de evaluatie die na het seizoen plaatsvindt.
"Alleen moeten we wel concluderen dat het deze winter niet gelopen is zoals we wilden", zegt de 27-jarige Roest. "We hebben niks gewonnen met de mannen en twee keer net aan op het podium gestaan. Als je ziet welke schaatsers wij kunnen inzetten, dan moeten we gewoon meedoen om goud. Zolang dat niet lukt, doen we echt iets verkeerd. Ja, het valt me tegen dat dit een herhaling is van verhalen die we al eerder hebben gehoord. Ik had echt gehoopt dat het nu beter zou zijn."
De ploegenachtervolging is al jaren een zorgenkindje bij de KNSB. Nederlandse schaatsers worden afgerekend op hun resultaten bij individuele afstanden. Daarnaast zorgt het systeem van merkenteams ervoor dat gezamenlijke trainingen voor de teamonderdelen moeilijk in te plannen zijn. In landen als Noorwegen, Canada en de Verenigde Staten spelen beide problemen niet of veel minder, waardoor zij Nederland zijn voorbijgestreefd op de teampursuit.
De hoop was dat Ritsma, die in 1995 met zijn Sanex-ploeg aan de basis stond van de commerciële teams, door zijn status meer teweeg kon brengen dan zijn voorgangers. "Maar eigenlijk is er dit seizoen niet echt wat veranderd", zegt Roest. "Ik had vooral gehoopt dat er meer duidelijkheid zou komen over de gezamenlijke trainingen. Dat moet echt anders als we de laatste stap willen zetten bij de teamonderdelen."
Bij de massastart komen zaterdag Bart Hoolwerf en voormalig wereldkampioen Jorrit Bergsma in actie. Dat betekent dat bondscoach Rintje Ritsma slecht nieuws had voor Louis Hollaar. De 24-jarige schaatser van Team Reggeborgh vormde bij de meeste wereldbekers een duo met ploegmaat Hoolwerf, maar is in Thialf reserve. "Ik vond het lastig om Louis te passeren", zegt Ritsma. "Maar uiteindelijk vind ik Jorrit een completere schaatser."
Ritsma benadrukt dat hij zijn eerste vijf maanden als bondscoach "echt als leerjaar" ziet. "Ook daarom gaan we na het seizoen uitgebreid evalueren met de ploegen en schaatsers. Dan zal de mening van Patrick ook zeker naar voren komen."
De viervoudig wereldkampioen allround is in ieder geval van plan om volgend seizoen meer gezamenlijke trainingen te organiseren voor de ploegenachtervolging, ook omdat hij er nu wél in de zomer mee kan beginnen. "Dat is ook nodig. Nederland kon in het verleden nog winnen door af en toe te trainen, maar sinds de Spelen van Peking is die tijd definitief voorbij. Iedereen duwt nu tijdens de ploegenachtervolging en dat zullen we net als de andere landen serieus moeten aanpakken."
Volgens Ritsma heeft hij vanwege de duwtactiek (de voorste schaatser wordt constant geduwd door de twee andere rijders) ook een verandering in de selectiekeuzes gemaakt. Hij kijkt meer naar het beste team dan naar de drie beste schaatsers. Voor de WK in Thialf kiest hij daarom bij de vrouwen voor Joy Beune in plaats van Antoinette Rijpma-de Jong.
"We zoeken echt naar rijders die goed bij elkaar passen. Bij de World Cup in Polen van drie weken geleden zagen we dat we met drie op papier iets mindere schaatssters een goed resultaat konden neerzetten", zegt Ritsma over Beune, Robin Groot en Elisa Dul, die op minder dan een seconde van Canada tweede werden.
Met Irene Schouten en Marijke Groenewoud voor Groot en Dul gaat Nederland vrijdag in Heerenveen voor goud op de ploegenachtervolging. Zoals Ritsma op alle teamonderdelen vooral zal worden afgerekend op het aantal wereldtitels. "Er wordt altijd goud verwacht", zegt hij. "En dat mag. Want dat is ook wat ik wil."
De Nederlandse schaatsers starten bij de WK afstanden op de teamonderdelen net als de concurrentie met een snelle helm. Het is het voorlopige slotstuk van een conflict tussen de KNSB en de internationale bond ISU. Volgens de Nederlanders reden zij dit seizoen met een legale helm, terwijl buitenlandse rijders een 'illegaal' (maar sneller) exemplaar gebruikten.
De ISU greep niet in, waardoor de KNSB voor de WK geen andere keuze zag dan toch van helm te wisselen. "Wij hebben daar als schaatsers ook op aangedrongen", zegt Patrick Roest. "Als andere landen met een snelle helm mogen rijden, dan lijkt het me dat wij dat ook mogen."